Er ligt een zeventienjarige jongen op de eerste-hulpafdeling van een
ziekenhuis. Zijn ogen zijn dicht, maar hij ademt. Hij stinkt naar drank,
sigaretten en braaksel.
Naast de jongen zit Göran, zijn vader. Hij begint tegen zijn slapende
zoon te praten over de tijd dat hij zelf zeventien was in de jaren zeventig.
De vader vertelt dat hij zo graag de wereld wilde verbeteren, maar tegelijkertijd
meestal te stoned was om iets te doen. Hij vertelt hoe hij de moeder van
zijn zoon ontmoette en hoe ze besloten om samen een kind te krijgen. En
hij vertelt hoe het misging, hoe hij zijn jonge vrouw en kind verliet en
welke vreselijke dingen hij daarna heeft gedaan.
De vader doet zijn slapende zoon op eerlijke wijze verslag van zijn
misstappen. Hij wil niets rechtvaardigen en vraagt niet om vergeving
hij wil zijn zoon alleen duidelijk maken waarom de dingen gegaan zijn zoals
ze zijn gegaan en hij spreekt de wens uit hem opnieuw te leren kennen.
Als de jongen uiteindelijk wakker wordt, zegt hij dat hij met zijn vader
wil praten, dat hij hem opnieuw wil toelaten in zijn leven. Ze zijn op
een punt beland waarna alles nog kan gebeuren.
In zijn vijfde jeugdroman kiest Per Nilsson opnieuw voor een verrassende
compositie van zijn verhaal: twee zeventienjarigen ontmoeten elkaar de
één is de vader van de ander.
Gezeten naast de vader aan het ziekenhuisbed beleeft de lezer het verhaal
mee van een man die zijn zoon vraagt om een nieuwe start.
Oorspronkelijke titel: Sjutton
Vertaler: Femke Blekkingh-Muller
Nilsson, P., 17 Prijs Euro 16.95
|
Bij u in huis op: woensdag Betaal vóór: 16:00
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Fictie 13-15 jaar
|