Michel Foucault en Paul Veyne: de filosoof en de historicus. Twee
grootmeesters uit de wereld der ideeën. Twee intellectuelen die elke
poging tot classificatie of etikettering tarten. Twee 'tijdloze' denkers
die vele jaren samen zijn opgetrokken maar ook geregeld met elkaar
botsten.
Paul Veyne schetst hier een indringend en verrassend
portret van zijn vriend en oud-collega en heropent daarmee het debat
over diens ideeën en erfenis. 'Nee, Foucault is niet wie men denkt dat
hij is!', schrijft Veyne. Hij was links noch rechts en werd door beide
zijden keer op keer 'uitgekotst'. Hij was ook niet zozeer de
structuralist waarvoor men hem hield, als wel een scepticus, een
empirist in het spoor van Montaigne die in zijn werk onophoudelijk
reflecteerde over 'waarheidsspelen', over de afzonderlijke,
geconstrueerde waarheden die aan ieder tijdperk eigen zijn.
Een
boek dat menig heilig huisje omverschopt en er op briljante wijze in
slaagt om de kern van Foucaults denken in begrijpelijke taal voor het
voetlicht te brengen, temidden van alle misverstanden erover die nog
steeds de ronde doen. Het is tevens het ontroerende document van een
grote vriendschap tussen de kenner van de klassieke oudheid en de
raadselachtige samoerai van de Franse filosofie.
Paul Veyne (1930), emeritus-hoogleraar aan het Collège de France, is een
prominent Frans historicus en een van de meest gezaghebbende auteurs op
het gebied van de klassieke oudheid. Hij schreef o.m.
Comment on écrit l'histoire (1971),
Le Pain et le Cirque (1976),
René Char en ses poèmes (1990) en
Quand notre monde est devenu chrétien (2007).
Vertaald uit het Frans door Henri Oosterhout
Veyne, Paul, Foucault Prijs Euro 24.95
|
Bij u in huis op: woensdag Betaal vóór: 16:00
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Filosofie algemeen
|