Men moet wel stellen: de geschiedenis van de sport in Nederland is nog
niet geschreven. De gedachte dat, wanneer dit zal gebeuren, de vrouwelijke
deelnemers aan de zijlijn buiten beeld zullen blijven, inspireerde de auteur
J. Steendijk-Kuypers (1935) van start te gaan met een onderzoek naar de
entree van vrouwen in de sport in de periode 1880-1928, de tijd waarin
diverse takken van sport nog in de kinderschoenen stonden. Ze gaat in dit
boek voorbij aan recordcijfers en wedstrijdresulaten, maar plaatst de vrouwensport
op de voorgrond binnen een breed kader van medische en sociale richtlijnen,
met op de achtergrond de wijze waarop mannen in die tijd sport bedreven.
Voordat de vrouw in het openbaar kon gaan tennissen, hockeyen, zwemmen
en grondgymnastiek mocht beoefenen, moest er wel iets veranderen in de
publieke opinie, want daar gold elke sport als mannelijk. Dit gebeurde
door het stellen van de voorwaarde dat sportieve uitingen op een waardige
vrouwelijke wijze zouden plaatsvinden.
Veel takken van sport worden behandeld, maar de auteur geeft aan het
recreatieve fietsen in het openbaar, waar vrouwen aan het eind van de negentiende
eeuw enthousiast aan deelnamen, bijzondere aandacht wegens het initiërend
effect ervan op het vrouwenbewegen in het algemeen.
De auteur:
J. Steendijk-Kuypers is medisch-historica; in 1994 verscheen bij deze
uitgever haar proefschrift Volksgezondheid in de zestiende en zeventiende
eeuw in Hoorn. Haar betrokkenheid bij sport berust op een ruime ervaring
in het recreatieve toerfietsen en schaatsen en op de overtuiging dat het
sporten voor vrouwen, ouderen en diabeten in vele opzichten een meerwaarde
bezit boven het stalen van de spieren.
Gebonden: harde kaft
232 pagina's
Met illustraties
Maart 2000
738 gram
249 x 179 x 19 mm
Erasmus Publishing
|

|
Uitverkocht, dit artikel is niet meer leverbaar
|
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis
|