Het begrip 'religie' wordt meestal in verband gebracht met geloofsvoorstellingen
en geloofsovertuigingen. Mensen geloven in een God, in goden of in een
bovennatuurlijke werkelijkheid. Geloof vertegenwoordigt daarbij een eigen
domein, onderscheiden van de cultuur, de politiek en het behoren tot een
bepaald volk.
Dit beeld van religie blijkt in belangrijke mate te zijn bepaald door
ontwikkelingen in de moderne, westerse cultuur én door het christendom.
Voor de opkomst van het christendom heerste in de klassieke Oudheid lange
tijd een ander type van religie. Religie was nauw verweven met het behoren
tot een bepaalde stad of een bepaald volk, en daarmee ook met cultuur en
politiek. De nadruk lag meer op religieus gedrag dan op individuele geloofsovertuigingen.
In de Oudheid is geleidelijk aan een nieuw type van religiositeit ontstaan
waarvan het christendom de duidelijkste exponent is. Bepalend voor het
behoren tot een religie werd voor alles de vraag in welke God men geloofde:
in die van de christenen of in een andere God (of goden)? Dit had ingrijpende
gevolgen voor de religieuze eco-cultuur van de Oudheid. Er ontstonden nieuwe
vormen van interactie. Religies gingen zich onderscheiden van en afzetten
tegen andere religies. Tegelijkertijd bleven zij tradities van elkaar overnemen.
In dit boek wordt besproken hoe die dynamiek zichtbaar is in de geschiedenis
van het jodendom en christendom en in de onderlinge relaties tussen beide
godsdiensten. Dit boek verschijnt als deel 9 in de serie Utrechtse Studies.
Extra informatie:
Ingenaaid: paperback,kaft slap, 190 pagina's
Verschenen: juni 2006
Gewicht: 279 gram
Formaat: 210 x 145 x 18 mm
Uitgeverij Meinema

|
, Religies in interactie Prijs Euro 19.50
|
Bij u in huis op: woensdag Betaal vóór: 16:00
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Oudheid(tot 500)
|