Het moderne maatschappelijke leven in Nederland is eerder geworteld in
religie dan in politiek. Ook na de grondwetherziening van 1848, waarbij
kerk en staat gescheiden werden, zorgde religie voor betrokkenheid bij
maatschappelijke en politieke vraagstukken. Religie werd de motor
achter de integratie van nieuwe groepen burgers in het openbare leven;
zij richtten gezelligheidsverenigingen, kerkelijke kiesverenigingen,
filantropische instellingen en politieke organisaties op waarmee zij
hun eigen plaats opeisten in de samenleving.
Annemarie Houkes laat deze ontwikkeling zien aan de hand van de bonte
wereld van orthodoxe protestanten, die, geïnspireerd door het
geloof, hun eigen vorm van burgerschap ontwikkelden. Zij zetten hun
eigen liefdadigheid op, bezochten armen en gingen erop uit om
prostituees te 'redden'. Met duizenden kwamen ze bijeen op
zendingsfeesten, de eerste moderne zomerfestivals in Nederland, en
reizende predikers werden het land in gestuurd om geestverwanten te
verenigen. En het was juist in de kerk dat deze protestanten leerden
welke voordelen stemrecht en verkiezingen konden hebben. Zo laat
Christelijke vaderlanders zien dat in de 19de eeuw kerk en religie de
kern van het maatschappelijk leven waren. Daarmee is dit originele boek
uitdagend voor onze eigen tijd, waarin de maatschappelijke rol van
godsdienst op een nieuwe manier actueel is geworden.
Paperback, slappe kaft
345 pagina's
Februari 2009
508 gram
220 x 139 x 32 mm
Wereldbibliotheek

|

|
|
Bij u in huis op: donderdag Betaal vóór: 23:15 |
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Maatschappijgeschiedenis
|