1904 titels gevonden (Nummers 1 tot en met 8 worden weergegeven)
Geen (flap)tekst beschikbaar
De ziener (de titel verwijst naar de centrale figuur in deze vertelling) is een overwogen selectie uit gedachten die Philip Jozèf tussen 1998 en 2008 optekende. Ze concentreren zich rondom 'De bruiloft'. Deze danse macabre laat de ziener een nieuwe tijd inluiden. Ze verscheen in 2008 in delen op philipjozef.nl. De ziener is een vertelling die je op je oerinstincten aanspreekt. Lees de bundel niet met je verstand, maar met je hart. Sta je niet sterk in je schoenen, dan begin je er maar beter helemaal niet aan ...
De legendarische dichter A. Marja (1917-1964) is vooral bekend als practical joker. Hij was de schrik van menig vakbroeder. Maar Marja was meer dan een grappenmaker. Zijn poëtische werk getuigt ook van sensibiliteit. Het is daarom niet verwonderlijk dat Marja nog altijd als een soort geheimtip onder dichters voortleeft. Ook Gerrit Komrij geeft blijk van zijn voorliefde voor de dichter door hem telkens weer op te nemen in zijn dikke bloemlezing. En terecht. Sinds de dood van Marja waren zijn bundels echter slechts antiquarisch te verkrijgen. De tijd is dus rijp voor een eigenzinnige keuze uit de gedichten van A. Marja. Coen Peppelenbos en Nick ter Wal doken in de archieven en kozen zo’n zeventig gedichten die zij mooi en representatief achten voor het oeuvre van de dichter die in 1964 stierf, maar die nog lang niet is vergeten.
De Romeinse dichter LUCRETIUS (99-55 vC), die zo hartstochtelijk het voortleven na de dood ontkende, leeft nog steeds voort door zijn geesteskind: het leerdicht DE NATUUR VAN DE DINGEN. Een leerdicht loopt het risico voor een dichter te droog en voor een geleerde te frivool te zijn, maar als het slaagt dan valt het zowel bij dichters, denkers als geleerden in de smaak. Lucretius heeft met De rerum natura deze grote hoogte bereikt. DE NATUUR VAN DE DINGEN is door schrijvers en dichters geroemd om zijn meeslepende stijl en rake beschrijvingskunst, geleerden zijn tot op heden getroffen door de rijkdom en de verscheidenheid aan onderwerpen: van atomisme tot magnetisme, van ontstaan tot vergaan van de aarde en de mens, filosofen treffen een uitdagende spanningsboog aan die reikt van levenskunst tot stervenskunst, van Epicurus tot Einstein. De rake en lyrische vertaling en de informatieve inleidingen van Piet Schrijvers brengen Lucretius’ sublieme stijl en rijke geest tot in onze tijd. Het nawoord bevat bovendien een uitvoerige historie van de brede literaire en culturele invloed, die het werk van Lucretius in Nederland heeft gehad: van Joost van den Vondel tot Cees Nooteboom. DE NATUUR VAN DE DINGEN bevat tevens de door Piet Schrijvers volledig geredigeerde en bezorgde Latijnse tekst van De rerum natura. Deze monumentale uitgave is de bekroning van een levenslange wetenschappelijke, essayistische en literaire betrokkenheid van Piet Schrijvers bij Lucretius. Piet Schrijvers is vertaler en essayist, emeritus hoogleraar Latijnse taal- en letterkunde (Leiden) en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij is de vertaler van Lipsius, Vergilius en Horatius. Zijn essaybundel 'Ik kan de muzen niet haten. Over poëtische geestdrift en stoïcijnse standvastigheid' is een apologie van de levenskracht van de klassieken. Hem is de Oikos-prijs van Nederlandse classici toegekend als eerbewijs aan zijn passie en omdat hij op eminente wijze de klassieke literatuur onder de aandacht brengt van een groot publiek.
Lees deachterkant
In de dichtbundel 'De wereld heeft geen overkant' toont Klaas Jager diverse vormen van vergankelijkheid. Of, zoals hijzelf dicht: ‘Lieve liefste, ik doe maar alsof ik schrijf in het besef dat niets blijft’. Verleden, heden en toekomst wisselen elkaar schijnbaar achteloos af, of gaan in elkaar over op het trefpunt waar iemand zich bevindt. Hij poogt een uitweg te vinden, maar ‘zit vast in de maalstroom van herhaling’. Heimwee is er naar de jeugd ‘toen alles ogenschijnlijk vanzelf ging’. Weinig lijkt bestand tegen de tijd: ‘een gestaag dieper wordende kloof, waaruit op zekere dag geen herinnering meer terug te halen is’. En toch blijken de beelden die Klaas Jager oproept haarscherp. De lezer ziet het roodharige buurmeisje hallucineren doordat ze de peulen van een goudenregen at, ziet hoe het gras in september begerig groeit maar tegelijkertijd dunner wordt en aanschouwt het ouderlijk huis: ‘een toegedekt gat zonder muren en dak’. In deze bundel maakt de dichter iemand zichtbaar, ‘het moment waarop hij zichzelf gewaarwordt in de oorschelp van het tuintje waarin hij leeft’. Die iemand kan zowel de lezer als de dichter zelf zijn. Ieder gedicht, of het nu over de verkleumde liefde, over het Tuymelaarsbos of over de ontmoeting met het melkmeisje van Vermeer gaat, heeft meerdere lagen. De dichter verliest de samenhang niet uit het oog, vindt houvast door in alles de rode draad te zien. Zijn hang naar ‘houden van het imperfecte’ laat genoeg open om telkens een nieuw begin te kunnen maken.
Voor In de tussentijd liet dichter Hans Tentije zich inspireren door unieke foto's van plaatsen en streken gemaakt door kunstenaar Peter Bes. Het is het duo niet te doen om de toeristische trekpleisters, maar vooral om de meer verborgen schoonheid die tot nader onderzoek uitnodigt en tot nadenken stemt. De juist op het eerste gezicht vaak onbeduidende, maar wonderlijke details zetten Tentijes rijke verbeelding in gang.