De mooiste verhalen van Hubert Lampo,
Annie M.G. Schmidt, Willem Brakman, Nilgün Yerli en vele anderen
De mooiste verhalen over, jeugdherinneringen aan, wandelingen in en legenden en volksverhalen uit Zeeland, van onder anderen: - Ina van der Beugel - J.M.A. Biesheuvel - Willem Brakman - Simon Carmiggelt - Rinus Ferdinandusse - Willem Geldof - dr. Tjaard W.R. de Haan - J.P Hasebroek - Charles Hugo - Hubert Lampo - Harry Mulisch - Ciska Muller - Nescio - J.C. van Schagen - Annie M.G. Schmidt - Bob den Uyl
Mijn eerste boek
30 schrijversdebuten
Het is curieus dat Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch beiden jarenlang op zoek waren naar een geschikte uitgever voor hun proza. Bij Hermans duurde het vier jaar voordat zijn romandebuut Conserve verscheen. Bij Mulisch ruim vijf jaar voordat de novelle Tussen Hamer en Aambeeld op de markt kwam.
Omdat van beide auteurs hun prozadebuut als tweede druk bij Conserve verschijnt herdrukt Conserve-uitgever Kees de Bakker zijn eigen boek over de debuten van dertig schrijvers.
Het boek verscheen oorspronkelijk in 1983 en is nu. enigszins herzien herdrukt. Het bevat het debuutverhaal van auteurs en hun uitgevers.
De dertig schrijvers zijn: A. Alberts, J. Bernlef, Willem Brakman, Hugo Brandt Corstius, Jeroen Brouwers, Andreas Burnier, S. Carmiggelt, Hugo Claus, Jan Donkers, Hella S. Haasse, Maarten 't Hart, Wim Hazeu, Albert Human, W.F. Hermans, Frans Kellendonk, Gerrit Komrij, Kees van Kooten, Neeltje Maria Min, Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Gerard (K.van het) Reve, Renate Rubinstein, K. Schippers, Jan Siebelink, Hans Vervoort, Theun de Vries, Bob den Uyl, Elly de Waard en Jan Wolkers.
Behalve de reconstructie van de debuten bevat Mijn eerste boek tevens beknopte bibliografieën en jeugdfoto's van alle dertig schrijvers.
Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman
Tekst en tijd 1
Ondanks een veelvormige aandacht was er altijd een zeker ongemak in de omgang met de Nederlandstalige postmoderne roman te bespeuren. Een overzichtswerk bestond al helemaal niet. Bart Vervaecks uiterst verhelderende Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman vult deze lacune op.
Vorm en inhoud van de postmoderne roman worden toegelicht aan de hand van drie visies (op de wereld, de mens en de taal) en drie technieken (vertellen, meta-fictie en temporaliteit). Binnen dat kader staat het prozawerk centraal van zo'n vijfentwintig auteurs, onder wie Hafid Bouazza, Willem Brakman, M. Februari, Louis Ferron, Stefan Hertmans, Pol Hoste, Gijs IJlander, Gerrit Krol, Charlotte Mutsaers, Cees Nooteboom, P.F. Thomése en Peter Verhelst.
Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman wordt ontsloten door een alfabetische lijst van begrippen en is voorzien van een uitgebreide bibliografie.
De auteur: Bart Vervaeck doceert Nederlandse literatuur en Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel.
Literaire hellevaarten
Van klassiek naar postmodern
'Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt'. Zo luidt de befaamde, in vele talen en versies overgeleverde frase uit De Goddelijke Komedie van Dante. Maar in wat voor een papieren hel daalt een mens of schim precies af, bestaat er binnen de wereldliteratuur een traditie van reizen naar de onderwereld, die verband houdt met de mythische, christelijke en joodse eschatologie? En valt er misschien zelfs een model uit af te leiden, waarmee het zo belangrijke culturele én politieke thema van de hellevaart ook in hedendaags proza valt te begrijpen? Bart Vervaeck laat zien dat er hoop is op een overzichtelijke beantwoording van deze wezenlijke vragen.
Literaire hellevaarten gebruikt een aantal internationale romans en gedichten uit alle eeuwen om het inferno systematisch bloot te leggen. Vervaeck behandelt successievelijk de grenzen van de hel, de omgeving, de toegang, de bewoners, de ruimte en route, en ten slotte de gids. Met deze constanten kan hij de diverse functies van literaire hellevaarten toespitsen en klassieke, modernistische en postmodernistische varianten van elkaar onderscheiden.
Als bonus geeft deze erudiete studie een kleine naoorlogse geschiedschrijving van de Lage Landen door het thema van de hellevaart te analyseren in nog altijd relevante romans van S. Vestdijk, Jeroen Brouwers, A.F.Th, van der Heijden, Willem Brakman, Peter Verhelst en Atte Jongstra. Aldus laat Vervaeck iets oplichten van een steeds herschreven, schier bodemloze voorgeschiedenis, waarbij we altijd geneigd zijn het deksel op de stinkende put te leggen. Literaire hellevaarten is niet minder dan een standaardwerk voor lezers die beproevingen durven aan te gaan, verder reikend dan het limbo van het dagelijks nieuws.