Friese sagen & Terugkeer
Dubbeldebuut Theun de Vries
sagen uit 1925 en gedichten uit 1927
Twee dingen fascineerden de Apeldoornse gymnasiast Theun de Vries en werkten bezielend op zijn fantasie: de klassieke oudheid en zijn Friese verleden. Wat dat laatste betreft vond hij in almanakjes en boeken talrijke sagen en wonderverhalen die hem niet loslieten. Mede met als voorbeeld van de destijds verschenen Veluwsche sagen gaf de jeugdige auteur in het voor hem laatste schooljaar een aantal van de hem betoverende sagen uit zijn geboorteland nieuwe literaire vorm en zo verscheen aldus zijn eerste boek Friesche sagen in 1925 bij Scheltens en Giltay in Amsterdam 18- jarige leeftijd.
De thans 93-jarige auteur schreef een voorwoord bij de huidige herspelde editie, die net als Conserve’s heruitgave van het debuut van Bernlef een dubbeldebuut omvat, want behalve proza had Theun de Vries al veel gymnasiastenpoëzie geschreven , en herhaaldelijk meende hij verliefd te zijn geweest, voor hi omstreeks de lente van 1926 onder de bezieling van een eerste echte liefde ook zijn eerste authentieke verzen maakte. Ze begonnen in letterkundige tijdschriften te verschijnen en verschaften hem de naam van een nieuwe, vitalistische dichter.
De beste van zijn gedichten werden door bemidddeling van Jan Greshoff in 1927 als bibliofiel kunstwerkje uitgegeven door de befaamde drukker A.A.M. Stols in Maastricht. Ofschoon Theun de Vries gedichten bleef schrijven is Terugkeer toch zijn expressiefste bundel gebleven, vervuld met de levensadem van de jeugd en een kosmisch zijnsgevoel dat zich in helder beeld na beeld kenbaar weet te maken.
De auteur voegde er een nawoord aan toe.
Mijn eerste boek
30 schrijversdebuten
Het is curieus dat Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch beiden jarenlang op zoek waren naar een geschikte uitgever voor hun proza. Bij Hermans duurde het vier jaar voordat zijn romandebuut Conserve verscheen. Bij Mulisch ruim vijf jaar voordat de novelle Tussen Hamer en Aambeeld op de markt kwam.
Omdat van beide auteurs hun prozadebuut als tweede druk bij Conserve verschijnt herdrukt Conserve-uitgever Kees de Bakker zijn eigen boek over de debuten van dertig schrijvers.
Het boek verscheen oorspronkelijk in 1983 en is nu. enigszins herzien herdrukt. Het bevat het debuutverhaal van auteurs en hun uitgevers.
De dertig schrijvers zijn: A. Alberts, J. Bernlef, Willem Brakman, Hugo Brandt Corstius, Jeroen Brouwers, Andreas Burnier, S. Carmiggelt, Hugo Claus, Jan Donkers, Hella S. Haasse, Maarten 't Hart, Wim Hazeu, Albert Human, W.F. Hermans, Frans Kellendonk, Gerrit Komrij, Kees van Kooten, Neeltje Maria Min, Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Gerard (K.van het) Reve, Renate Rubinstein, K. Schippers, Jan Siebelink, Hans Vervoort, Theun de Vries, Bob den Uyl, Elly de Waard en Jan Wolkers.
Behalve de reconstructie van de debuten bevat Mijn eerste boek tevens beknopte bibliografieën en jeugdfoto's van alle dertig schrijvers.
In veel huizen wordt gerouwd
De Spaanse griep in Nederland
Vanaf het voorjaar van 1918 wordt de wereld bezocht door het Spaanse griep-virus. Als de storm is uitgeraasd, kan de trieste balans worden opgemaakt: 20 tot 40 miljoen doden en een veelvoud hiervan aan zieken. De slachtoffers sterven een gruwelijke dood: hun longen raken gevuld met bloederig vocht waardoor ze stikken.
Gezinnen worden verwoest, gemeenschappen vernietigd. Het einde der tijden lijkt nabij. Bijna 30.000 Nederlanders overlijden, wat overeenkomt met de toenmalige bevolking van steden als Breda of Amersfoort. 'ik herinner me de doffe, sombere periode. Voor een kind was er niet veel afleidingen verstrooiing. Mijn viool en mijn boeken moesten mij vertroosten.' Zo denkt auteur Theun de Vries aan de Spaanse griep terug.
In geschiedenisboeken is nauwelijks iets terug te vinden over deze ongekende ramp. De gebeurtenissen zijn ondergesneeuwd geraakt door het einde van de Grote Oorlog en de daarop volgende demobilisatie, revolutionaire bewegingen en vredesbesprekingen. In veel huizen wordt gerouwd beschrijft Reinold Vugs de impact die het virus op de Nederlandse samenleving heeft.
Hoe reageren de autoriteiten? Wat doen medici om het leed van hun vele patiënten te verzachten? Welke gebieden en bevolkingsgroepen worden het zwaarst getroffen? Wie verdienen er geld aan de ellende van anderen? Wanneer kunnen we een nieuwe pandemie verwachten en wat zijn dan de gevolgen voor Nederland?
In veel huizen wordt gerouwd is het meeslepende verslag van een speurtocht naar een vrijwel vergeten drama uit de moderne geschiedenis. Veel feiten, ooggetuigenverslagen en andere wetenswaardigheden worden voor het eerst gepubliceerd. Hiermee is het boek onmisbaar voor iedereen die geboeid is door plagen die de mensheid telkens weer treffen.
Om hart en vurigheid
Over schrijvers en kunstenaars van
tijdschrift en uitgeverij De gemeenschap 1925-1941
In Om hart en vurigheid beschrijft Lex van de Haterd in 21 portretten de belangrijkste medewerkers van het progressief-katholieke culturele tijdschrift De Gemeenschap (1925-1941), dat in Utrecht zijn basis had. Zowel van de toonaangevende redacteuren en auteurs als Jan Engelman, Albert Kuyle en Anton van Duinkerken, als van de belangrijkste vormgevers en illustrators geeft hij een compleet overzicht van leven en werk, toegespitst op hun belang voor De Gemeenschap.
Van sommige van deze kunstenaars is het de eerste keer dat een dergelijk portret in boekvorm verschijnt: van de verrassend moderne ontwerper en typograaf Andries Oosterbaan bijvoorbeeld of van de architect Willem Maas. Maar ook van de constructieve typografische ontwerpen van Gerrit Rietveld en Sybold van Ravesteyn is informatie opgenomen die nergens anders te vinden is.
Vanaf eind 1925 geeft De Gemeenschap ook boeken uit. In Om hart en vurigheid wordt voor het eerst een complete fondslijst van deze uitgeverij gepubliceerd. Om het karakter van een standaard- en naslagwerk over De Gemeenschap te versterken is verder een 'encyclopedie' met korte beschrijvingen van de overige medewerkers van het tijdschrift opgenomen. Dat maakt dit boek samen met de uitgebreide literair- en kunsthistorische inleiding en de tweehonderd illustraties tot een must voor iedereen die geïnteresseerd is in de literatuur en de beeldende kunst van het interbellum.
Ter illustratie noemen wij u de belangrijkste namen die in het boek aan bod komen: de redacteuren en auteurs Jan Engelman, Albert Kuyle, Willem Maas, Sybold van Ravesteyn, Gerrit Rietveld, Jozef Cantré, Otto van Rees, Albert Helman, Hendrik Wiegersma, Hendrik Marsman, Germaine Krull, Paul Schuitema, Kees Strooband, Charles Nypels, Henri Jonas, Joep Nicolas, Charles Eijck, Anton van Duinkerken, Antoon Coolen, Andries Oosterbaan, Cuno van den Steene, Lambert Simonb en Leo Gestel, de medewerkers Ferdinand Bordewijk, Menno ter Braak, Theo van Doesburg, A. den Doolaard, Martinus Nijhoff, Paul van Ostaijen, Léon Bloy, Charles Albert Cingria, Jacques Maritain, Joseph Roth, Valentijn van Uytvanck, Theun de Vries en Marnix Gijsen, en tijdgenoten Piet Mondriaan, Constant Permeke, Eddy du Perron, Charley Toorop en Jean Cocteau.
De auteur: Lex van de Haterd (1954) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en schreef eerder artikelen in diverse boeken en tijdschriften over auteurs en kunstenaars uit het interbellum. In 2000 publiceerde hij bij In de Knipscheer Bloemen in het zand, een monografie over de beeldend kunstenaar Pieter Wiegersma.