Rivaliteit zonder einde
Over de gebroeders Karel en Gerard van het Reve
De broers Karel (1921) en Gerard (1923) van het Reve hadden veel gemeen; ze kwamen uit hetzelfde wonderlijke en eigenlijk ook onevenwichtige gezin. Toen Karel uit huis ging en trouwde, bleef Gerard alleen achter met zijn vader en moeder. Dat leverde het boek De Avonden op, wat een absolute bestseller werd.
Het boek was van Gerard en ook al vond Karel het zakelijk juist en literair geslaagd, inhoudelijk zag hij zo ongeveer alles wat erin geschreven staat, anders dan zijn broer. En die tegenstelling tussen de beide broers is levenslang zo gebleven.
Hoe kan dat? Hadden zij het niet over hetzelfde? Bijvoorbeeld het Vossius Gymnasium, of de gezellige communistische jeugdkampen van de vrolijke brigade? Of de geschiedenisleraar Jacques Presser? Je kunt het zo gek niet bedenken of ze schreven er over, zij het allebei op een totaal andere wijze. Als de een de Panorama was, dan was de ander Tirade en andersom. Maar waarom? En hoe hou je zoiets een leven lang vol? Wat is eigenlijk de reden dat bij ieder onderwerp de these alleen maar een antithese krijgt en geen begrip? Of moeten we de antithese zien als een vorm van begrip?
Op deze vragen gaat Rivaliteit zonder einde in. Het vertelt een fascinerende geschiedenis, niet alleen over beide broers, maar ook over de (on)zin van het leven en de (on)zin van een kunstmatig opgeschroefd debat. Eén ding kunnen we van tevoren vast stellen. De tegenstelling tussen de broers was geen spelletje, maar bittere werkelijkheid.
Arnon Grunberg leest Karel van het Reve
Rainbow pocket nr. 709
Arnon Grunberg is een groot bewonderaar van Karel van het Reve. Om uiting te geven aan zijn bewondering voor deze schrijver verzamelde Grunberg zijn favoriete stukken uit het werk van Van het Reve. De bloemlezing bevat zeer gevarieerd werk, van een fragment uit zijn Siberisch dagboek en het omstreden artikel De ongelofelijke slechtheid van het opperwezen tot aan herinneringen aan zijn jeugd.
Volgens Grunberg heeft Van het Reve hem niet alleen leren schrijven, maar ook leren nadenken.
De auteurs: Karel van het Reve (1921-1999) maakte als schrijver, slavist en Ruslandkenner naam met zijn vele artikelen, essays, columns, twee romans en het overzichtswerk Geschiedenis van de Russische literatuur. Van 1957 tot 1983 was Van het Reve hoogleraar Slavische letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Aan het eind van de jaren zestig werkte hij in Moskou als correspondent voor Het Parool. In 1982 ontving hij voor zijn gehele oeuvre de P.C. Hooftprijs.
Arnon Grunberg (Amsterdam 1971), pseudoniem van Marek van der Jagt (Wenen 1971) debuteerde in 1994 met de roman Blauwe maandagen.
Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes
Deze bundel opent met Karel van het Reve’s aandeel in de discussie over de evolutieleer (NRC Handelsblad, Hollands Maandblad, 1979; deelnemers: Rudy Kousbroek, Maarten ’t Hart, Dick Hillenius), waarbij Maarten ’t Hart een geheimzinnig dier, de vliegende reuzenkoeskoes, als argument gebruikte. Verder: essays over Custine, Tucholsky, Gorter, Henriette Roland Holst, Amalrik, Elsschot. Ten slotte de knuppel die Karel van het Reve in het hoenderhok der literatuurwetenschap wierp: de dialoog ‘Bestaat er een literatuurwetenschap?’, de roemruchte Huizingalezing 1978 (‘Het raadsel der onleesbaarheid’) en een antwoord aan zijn tegenstanders.
De auteur: Karel van het Reve (Amsterdam, 1921) was van 1957 tot 1983 hoogleraar slavische letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij vertaalde talloze Russische auteurs in het Nederlands en ontving daarvoor de Martinus Nijhoff Prijs. Ook was hij correspondent in Moskou voor Het Parool.
Van het Reve publiceerde twee romans en talloze essays, waaronder Rusland voor beginners (1962), Uren met Henk Broekhuis (1978) en De ondergang van het morgenland (1990). In 1985 verscheen zijn Geschiedenis van de Russische literatuur, een boek dat uitgroede tot een standaardwerk voor eenieder die geïnteresseerd is in de Russische literatuur. In 1981 ontving Van het Reve de P.C. Hooftprijs.
Hij overleed in maart 1999.
Aan de hand van een rijke hoeveelheid biografische gegevens schetst hij een kleurrijk en soms pikant beeld van deze negentiende eeuwse auteurs. Zijn karakteristieke verteltrant maakt dit luisterboek tot een boeiend en informatief doument.
Speelduur: 2:27:00
Achteraf
Op 11 mei 1996, een week voor hij 75 werd, zegde Karel van het Reve zijn lezers vaarwel in een allerlaatste column. Hij deed dat met grote tegenzin, maar het moest want, zo schreef hij, 'ik zink weg in een poel van vergetelheid.'
Acht jaar lang had Van het Reve een tweewekelijkse bijdrage in Het Parool geschreven onder het motto Achteraf. Stukjes waarin hij nu een vrolijk, dan weer bespiegeld, tegendraads of weemoedig schreef over honderd en een verschillende zaken. Van Goethe tot het openbaar vervoer, van Russische schrijfmachines tot commissaris Nordholt strekte zijn belangstelling zich uit. Zijn stijl bleef onnavolgbaar lichtvoetig.
Toen Van het Reve op 4 maart 1999 stierf, was hij bijna klaar met selecteren van de teksten voor dit boek. Deze laatste bundel waar hij zelf de hand in heeft gehad, zal zijn talrijke bewonderaars zeker plezier doen.
Ik heb nooit iets gelezen
en alle andere fragmenten
In zijn 'fragmenten', oorspronkelijk gepubliceerd in Hollands Maandblad, legde Karel van het Reve (1921-1999) invallen, gedachten en anekdotes vast over uiteenlopende zaken als God en Darwin, kruiswoordraadsels en aardgas, Russische dissidenten en Duitse revolutionairen, wetenschap en pseudowetenschap, schrijvers en tirannen.
De 'fragmenten' bevatten de aanzetten van veel van Van het Reves bekendste en opzienbarendste artikelen - zoals die over zijn bezwaren tegen Freud en Dostojevski en zijn aanvallen op de literatuurwetenschap en de evolutieleer.
Ik heb nooit iets gelezen bevat alle fragmenten die Van het Reve tussen 1963 en 1989 publiceerde. Ruim veertig procent verschijnt hier voor het eerst in boekvorm.
'Het menselijk denken en het menselijk schrijven', noteerde Van het Reve, 'is voor 90 of 99 % imitatief, wij denken alleen wat anderen denken, en de enkele keer dat wij iets eigens denken zitten we met de moeilijkheid dat we het niet kunnen opschrijven.' Hoezeer hij zelf een uitzondering op die regel was, blijkt uit iedere bladzij van dit boek.
Lenin heeft echt bestaan
Karel van het Reve beweert dat onze literatuurwetenschappers niet deugen, dat zij zich bezighouden met wat de Amerikaanse geleerde Mencken genoemd heeft ‘het onkenbare terugbrengen tot wat de moeite van het kennen niet waard is’. Maar heeft hij zelf een theorie? Die heeft hij wel degelijk, en die heeft hij getracht onder woorden te brengen in vier dialogen, die te vinden zijn op bladzij 19, 47, 82 en 123 van Lenin heeft echt bestaan. Bovendien bevat dit boek stukken over Vladimir Lenin, Vladimir Nabokov, Jacques Presser en Annie Romein, en over de Nobelprijswinnaars Thomas Mann, Michail Sjolochov en Alexander Solzjenitsyn.