Darwinistische weemoed
De Contrabas tweetalig 2
Jabik Veenbaas (Hilaard, 1959) studeerde Engels, wijsbegeerte en Fries. Hij is werkzaam als vertaler en publicist. Veenbaas publiceerde drie gedichtenbundels, twee verhalenbundels, een bundel essays en enkele toneelstukken in het Fries. In 2001 verscheen zijn eerste gedichtenbundel, Metropolis, in 2003 gevolgd door De jefte en eind 2004 door Brieven oan myn bern. Hij vertaalde veel poëzie, bijvoorbeeld van Obe Postma, Douwe Tamminga en Albertina Soepboer.
Vertaling: Jabik Veenbaas
Jabik Veenbaas
Fersen dy’t Jabik Veenbaas skreau nei oanlieding fan de berte fan syn soan Auke.
"In poëtyske, ferwachtingsfolle bondel ... in knap dichtwurk, dat troch de persoanlike tematyk ek troch minder oefene poëzylêzers goed nei te kommen is: de berte fan in heit " Babs Gezelle Meerburg yn de Leeuwarder Courant
"Wa't sa skriuwe kin mei him wier in dichter neame. Veenbaas hat him yn fjouwer jier ûntwikkele ta ien fan de wichtigste dichters fan syn generaasje." Pier Boorsma yn it Friesch Dagblad
Jabik Veenbaas (1959) studearre Ingelsk, Frysk en Wiisbegearte. Hy wurket as oersetter en kritikus, en hat as skriuwer de ferhalebondels Tusken himel en hel (1990) en De brulloft fan Valentijn (2000) op syn namme stean. Dêrneist skreau er ferskate toanielstikken. Hy makke yn 2001 mei de fersebondel Metropolis syn debút as dichter. Yn 2003 publisearre hy de essaybondel De lêzer is in duvel en yn datselde jier ek syn twadde fersebondel De jefte.
14 Fryske ferhalen fan de griffioen
Wilco Berga, Sjoerd Bottema, Anne Feddema, Josse de Haan, Bouke van der Hem, Eric Hoekstra, Aggie van der Meer, Simon Oosting, Durk van der Ploeg, Elske Schotanus, Willem Schoorstra, Jabik Veenbaas, Harmen Wind and Henk Wolf.
Tekst in Frysk
Na de klap
Het is zeven jaar ‘na de klap’, een grote ramp die heel Noordwest-Europa in een chaos heeft veranderd. Een haveloos groepje kinderen komt terecht in Noord Frankrijk, waar ze zich met primitieve middelen in leven proberen te houden. Het verhaal wordt verteld door de 14 jarige Auke, een wees uit Drachten, die de klap ternauwernood heeft overleefd door zich onder een werkbank te verschuilen. Hij weet dat hij het in zijn eentje niet zal redden. Hij sluit zich aan bij een groep zwervende kinderen. Hun leider ziet Auke als een bedreiging en probeert hem buitenspel te zetten.
oorspr. titel: Nei de klap oorspr. taal: Fries vertaler: Jabik Veenbaas
Kritiek van de zuivere rede
Weinig boeken hebben zo'n helder stempel op de moderne cultuur gedrukt als Kants Kritiek van de zuivere rede. Waar de Franse Revolutie in 1789 een blijvende politieke wending teweegbracht, veroorzaakte Kants boek, dat enkele jaren eerder verscheen, een filosofische aardverschuiving. De denkers die de spreekbuis van onze tijd geworden zijn, zoals Schopenhauer, Heidegger, Wittgenstein of Lyotard, bevestigen het: met Kants Kritiek is ons denken pas echt modern geworden. Nu verschijnt er voor het eerst een Nederlandse vertaling van dit beroemde boek: een bijzondere primeur!
Kant zelf zei dat de Kritiek van de zuivere rede een 'tweede copernicaanse wending' betekende. Het idee dat de aarde het centrum van ons zonnestelsel vormde, werd door Copernicus in de 16de eeuw verworpen; op soortgelijke wijze verwierp Kant de door alle filosofen van zijn tijd gedeelde vooronderstelling dat de natuur iets is dat buiten de mens ligt.
Kant laat zien dat kennis afhankelijk is van de manier waarop onze rede de dingen ordent en interpreteert. En dat betekent dat kennis een samenspel is van zintuiglijke waarneming en verstandelijke begrippenkaders die onze blik al bepalen nog voordat we iets gezien hebben. De 'dingen op zichzelf' - los van onze subjectieve inbreng - kunnen we nooit kennen. Zo verkent Kant de mogelijkheden en grenzen van de menselijke rede: de Kritiek van de zuivere rede is daarvan het indrukwekkende resultaat. Iedereen die zich modern of postmodern noemt, is erfgenaam van dit kritische zelfonderzoek.
Daarom is Kants boek veel meer dan een belangwekkend wetenschappelijk geschrift: het is het fundament van een tijdperk dat nog lang niet ten einde is.
Van de talloze edities die van de Kritiek van de zuivere rede vervaardigd zijn, kan de Nederlandse met recht een van de fraaiste genoemd worden. De vertaling is in helder en toegankelijk Nederlands gesteld, gericht op de geïnteresseerde en niet ingewijde lezer; niettemin gaat het om een wetenschappelijk verantwoorde vertaling, die met de ondersteuning van Kant-experts van verschillende universiteiten tot stand is gekomen.
Het Ten geleide door de vertalers helpt de lezer op weg in dit fascinerende werk.
De vertalers: Jabik Veenbaas en Willem Visser zijn filosoof en vertaler. Zij vertaalden eerder Kants Prolegomena.
Oorspronkelijke titel: Kritik der reinen Vernunft Vertalers: Jabik Veenbaas en Willem Visser
Drugs
De mythes en de leugens
Vrijwel alles wat u over heroïneverslaving weet is onmiskenbaar fout. Heroïne is niet bovenmatig verslavend; ontwenning van heroïne is medisch gezien niet ernstig; verslaafden worden niet crimineel om hun verslaving te onderhouden; verslaafden hebben geen medische hulp nodig om te stoppen met hun heroïnegebruik; en in tegenstelling tot de algemeen aanvaarde wijsheid is heroïneverslaving beslist wél een moreel of mentaal probleem.
Puttend uit zijn rijke ervaring als gevangenisarts en als psychiater, stelt Theodore Dalrymple dat verslaving aan opiaten geen ziekte is en dat artsen die verslaving alleen nog maar verergeren. Ze houden zowel de verslaafden als zichzelf voor de gek door te doen alsof ze iets te bieden hebben. Dalrymple legt uit hoe een literaire traditie die teruggaat tot De Quincey en Coleridge de westerse samenlevingen generaties lang heeft misleid over de ware aard van verslaving aan opiaten. De opgeblazen verhalen van deze schrijvers over hun eigen verslaving zijn kritiekloos aanvaard en veel invloedrijker geweest dan de hele farmacologische wetenschap bij elkaar. En om het probleem aan te pakken werd een volstrekt nutteloze medische bureaucratie in het leven geroepen, die zichzelf dient en instandhoudt.
Met bijtend esprit en onverbiddelijke logica stelt Dalrymple de mythes aan de kaak die de verslaving aan opiaten omgeven. Hij toont aan wat er gebeurt wanneer de aard van een sociaal probleem zo volkomen wordt misverstaan - wanneer mensen worden beschouwd als willoze objecten en niet als scheppers van hun eigen bestemming. Daarbij verbindt hij literatuur, farmacologie, geschiedenis en filosofie naadloos met elkaar. Zijn sprankelende, controversiële boek heeft een belang dat het directe onderwerp verre overstijgt.
Oorspronkelijke titel: Romancing Opiates: Pharmacological Lies and the Addiction Bureaucracy Vertaling: Jabik Veenbaas