Keuze van gedichten van de Portugese auteur (1888-1935) met taalkundige uitleg, achtergrondinformatie en vertaling; alsmede voordracht ervan op een cd.
Alvaro de Campos
Gedichten 1913-1922
Het universum van Fernando Pessoa wordt bevolkt door talloze personages, medeauteurs van zijn belevingswereld, die afwisselend de regie overnamen in zijn hoofd. Pessoa noemde ze heteroniemen. De drie belangrijkste dichterlijk aangelegde heteroniemen zijn Ricardo Reis, Alberto Caeiro en Alvaro de Campos.
Het dichterlijke heteroniem Alvaro de Campos stond zijn maker Pessoa het meest na. Zonder iets af te willen doen aan de grote schoonheid en het literaire belang van Alberto Caeiro en Ricardo Reis kan niet ontkend worden dat Alvaro de Campos het meest levendige is van de grote drie dichterlijke heteroniemen van Fernando Pessoa. Campos is het sensationistische, op gevoelsmatige gewaarwordingen levende heteroniem, in deze eerste fase een hartstochtelijk futuristisch dichter. De beoogde vervoering van Alvaro de Campos is de razernij, de woede, de misselijkheid, de weerzin van Pessoa. Campos probeert te zingen als Walt Whitman om niet te huilen als Pessoa.
Met Gedichten 1513-1522 van Alvaro de Campos is de magistrale Pessoa-bibliotheek weer een parel rijker. De tekst is voorzien van commentaar en een verhelderend nawoord van vertaler August Willemsen. Later zal nog een tweede deel gewijd aan de poëzie van Alvaro de Campos verschijnen: Gedichten 1923-1935
Oorspr.titel: Poesia Vertaling: August Willemsen
De briefwisseling kwam op gang nadat Pessoa aan Ofélia op theatrale wijze zijn liefde had verklaard. Ofélia vroeg hem daarop per brief om een nadere verklaring. Dat was het begin van een briefwisseling - waarvan de levendigheid zeker ook van haar kant werd gevoed - die tot ver in 1920 doorliep en ophield met de beeïndiging van de `verkering'.
De brieven zijn van meet af aan gesteld in een deels pseudo-kinderlijk taaltje. De correspondentie wordt negen jaar later kortstondig hervat, maar ze blijkt uiteindelijk zinloos, volgens Pessoa. Liefde en literatuur sluiten elkaar uit. Ook deze uit het leven gegrepen brieven vertegenwoordigden voor Pessoa een literair corpus. Alles was voor hem fictie, zelfs de werkelijkheid.
Nawoord: August Willemsen Vertalers: August Willemsen en Harrie Lemmens
Brieven 1921-1935
Na zijn tragische relatie met Ofélia stort Fernando Pessoa zich in allerlei tot mislukken gedoemde zakelijke avonturen. Dan volgt nog een persoonlijk drama: de dood van zijn moeder in 1925. Pessoa, voor wie zijn moeder alles was, raakt ten prooi aan een zenuwinzinking. Wederom bevangt hem de angst gek te worden, schrijft hij in een brief aan, waarschijnlijk, een psycholoog. In de laatste tien jaar van zijn leven overheerst de vertwijfeling in Pessoa's literaire stem, maar wel proeft hij de voldoening van groeiende erkenning voor zijn grootse oeuvre. Zijn literaire productie neemt een hoge vlucht.
Deze door August Willemsen elegant vertaalde brieven uit de laatste periode van Pessoa's leven tonen een geniale, antidemocratische literator, die worstelt met het sociale masker dat hij zichzelf uit zelfbescherming heeft aangemeten. Geldgebrek en de wens zijn eigen werk uit te geven dwingen de wereldvreemde Pessoa om op 44-jarige leeftijd voor de eerste keer te solliciteren - op een ondergeschikte positie. Hij wordt afgewezen, natuurlijk.
Pessoa's boeiende correspondentie toont dat hij, auteur van een aantal van de mooiste Portugese zinnen ooit, een dromer was die de wereld in wilde, maar daarvan werd weerhouden door zijn zelfgeschapen masker.
Vertaler: August Willemsen
In december 1935 keert de dichter-arts Ricardo Reis, een van de heteroniemen van de grote Portugese dichter Fernando Pessoa, terug naar Lissabon omdat Pessoa enkele dagen eerder overleden is. Hij neemt zijn intrek in een hotel, waar hij verliefd wordt op het kamermeisje dat dezelfde naam draagt als de aanbeden vrouw uit zijn klassieke oden: Lydia. We volgen hem op zijn dooltochten door de stad, zijn worsteling met de poëzie en met de tijdgeest, die bepaald wordt door de dictatuur van Salazar, de Spaanse Burgeroorlog en Hitler-Duitsland. Het jaar van de dood van Ricardo Reis is een hommage aan Pessoa, maar tegelijkertijd een roman over een tijd waarin een waanzinnig geworden wereld haar eigen ondergang tegemoet raast.
Herostratus
Over onsterfelijkheid en vergankelijkheid van literaire werken
Pessoa-bibliotheek
Herostratus is de geschiedenis ingegaan als de figuur die de tempel van Diana in brand stak met de bedoeling om zijn naam onsterfelijk te maken. Dat lukte hem doordat het stadsbestuur verbood, op straffe des doods, zijn naam uit te spreken, waardoor de mensen er juist de mond van vol hadden.
Pessoa hangt zijn betoog over vergankelijkheid en onsterfelijkheid op aan Herostratus, een betoog dat neerkomt op afwijzing van persoonlijke roem bij leven. Pessoa, die wel degelijk een hoge dunk had van zichzelf, verheerlijkt daarentegen 'het onbekende genie': 'Wat zal ik over tien jaar zijn - of zelfs vijf jaar? Mijn vrienden zeggen mij dat ik een van de grootste dichters van deze tijd zal zijn.'
Pessoa's houding is beslist ambivalent en het gevolg van het uitblijven van zelfs maar het geringste literaire succes. Zo toverde hij het ontbreken van roem bij iemands leven om in een voorwaarde voor eeuwige roem, die per definitie postuum moest zijn. Hoewel Pessoa in zijn intrigerende beschouwing slechts onversneden lof heeft voor Homerus, Vergilius en Dante en zelfs kritisch is ten opzichte van Shakespeare en Goethe, heeft hij wat hemzelf betreft merkwaardigerwijs gelijk gekregen.
'Alle beroemdheid,' aldus Pessoa, 'is in feite literair, want literatuur is het ware geheugen van de mensheid.'