De meeste ziektes die in de 19e eeuw voorkwamen zijn praktisch
verdwenen, en in elk geval is het sterftecijfer in westerse landen vaak
met meer dan negentig procent teruggedrongen. Zou dat ook mogelijk zijn
met de ziektes die in de 21e eeuw voorkomen?
Het krijgen van een ziekte is meestal vermijdbaar. Meer dan de helft
van de ziektes wordt veroorzaakt door bekende oorzaken buiten ons
lichaam. En dat betekent dat we door die oorzaken aan te pakken langer
gezond kunnen blijven. Door als individu gezonder te leven, maar vooral
ook door als samenleving gezondere keuzes te maken. Gezonder werk, een
gezonder milieu, een gezonder voedingsaanbod: de mogelijkheden liggen
voor het oprapen.
Johan Mackenbach gaat in Ziekte in Nederland in op de vraag
waaróm we ziek worden, wat we kunnen doen om dat te vermijden,
en waarom dat juist in Nederland vaak niet lukt. Een onmisbaar boek
voor mensen die zelf gezond willen blijven. Johan Mackenbach schuwt de
controverse niet en legt in Ziekte in Nederland een verbinding tussen
biologische factoren en politiek die je zelden ziet. Het boek is
daardoor evenzeer een opiniestuk als een overzicht van de stand der
kennis wat betreft onze gezondheid.
Johan Mackenbach is hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg aan het
Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam. Ook is hij onder andere honorary
professor aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine, lid
van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, en lid van de
Gezondheidsraad.
Een handleiding bij het lezen van de Lof der Zotheid.
Bij velen is de Lof der Zotheid vooral bekend om de felle kritiek van
Erasmus op de organisatie van de Kerk van Rome Maar toen Erasmus in
1509 zijn boek schreef was Europa nog niet in de ban van de
kerkhervorming, laat staan van de latere godsdienstoorlogen. De geest
van de Renaissance had Europa nog volledig in zijn greep: Michelangelo
werkte aan zijn fresco's in de Sixtijnse Kapel en Albrecht Dürer
schiep zijn onvergelijkelijke werken. Alles kon nog in vrijheid
gedacht, gedaan en gezegd worden.
Deze stemming vinden we terug in de Lof der Zotheid: Erasmus blijkt in
geen enkel opzicht een 'fatsoensrakker'. Hij noemt de dingen bij hun
naam, ook als zijn alter ego Stultitia de geslachtsdrift aanwijst als
een vlam die met het stijgen der jaren niet wordt gedoofd. Het
opgewekte levensgevoel van de renaissancemens, die volgens de humanist
Giovanni Pico della Mirandola 'kon hebben wat hij wenst en kon zijn wat
hij wil', wijst Erasmus af. Hij herkent in de mens veel meer een dwaas,
die zich vaker door zijn gevoel dan door zijn verstand laat leiden.
In Erasmus' tijd had de ontdekking van Amerika het vertrouwde gezicht
op de wereld voorgoed veranderd. Het bijbelse beeld van de wereld als
een eenmalige schepping van God kwam onder druk te staan. Ook de
toenemende kennis van de Grieks-Romeinse beschaving drong het
christelijke gedachtegoed naar de achtergrond, vooral in de kringen van
de intelligentsia. Met deze ontwikkeling is Erasmus allerminst gelukkig.
In zijn
Lof der Zotheid
stapelt Erasmus de ene menselijke dwaasheid op de andere, maar hoe deze
op het eerste gezicht willekeurige verzameling tot stand kwam, is
minder bekend. Deze historisch-literaire analyse werpt een nieuw licht
op de wordingsgeschiedenis van dit invloedrijke geschrift: hoe het
ontstond als een mondelinge presentatie voor de vrienden die Erasmus in
de gelegenheid hadden gesteld om Italië te bezoeken en hoe daarna
delen zijn toegevoegd, voordat het geheel in 1511 werd gepubliceerd. De
structuur van het geheel en de delen wordt onthuld. Dat maakt dit boek
tevens tot een bruikbare handleiding bij het lezen van de
Lof der Zotheid zelf.
Klaas Potjewijd is historicus en neerlandicus. Hij was werkzaam in het
voortgezet en hoger onderwijs en wijdde zich in Italië aan een
studie van de
Lof der Zotheid.
Extra informatie:
Ingenaaid: paperback,kaft slap, 130 pagina's
Met illustraties
Verschenen: juni 2009
Gewicht: 326 gram
Formaat: 241 x 170 x 12 mm
Parthenon

|
 Bekijk de achterkant |
Potjewijd, Klaas, Zo ontstond der Lof de Zotheid Prijs Euro 17.50
|
Bij u in huis op: zaterdag Betaal vóór: 16:00
|
Prijs Euro 26.50
In december 2008 stuurde een aantal Rotterdamse jeugdrechtadvocaten een
‘brandbrief’ naar de rechtbank over de veelvuldige uithuisplaatsing van
kinderen. Ze hadden ervaren dat dit middel niet langer als ultimum
remedium werd toegepast doordat mogelijkheden tot hulp binnen het gezin
niet werden benut. Ook zou de rechter te veel leunen op het advies van
de gezinsvoogd, die vaak nauwelijks contact heeft gehad met het gezin.
Verder wezen ze op de traumatiserende wijze waarop de kinderen soms uit
huis worden gehaald, zonder overleg met de ouders en soms met hulp van
de politie. En dat terwijl er vaak niet eens een geschikte plek is en
kinderen van instelling naar instelling gaan met alle negatieve
gevolgen van dien.
Uit de overstelpende hoeveelheid reacties uit het gehele land bleek dat
de in de brief gesignaleerde zorgpunten breed werden gedeeld. Er kwam
tevens een discussie op gang in de media en in de Tweede Kamer. In
vervolg op de brief vond op 24 april 2009 op de Erasmus Universiteit
Rotterdam het congres ‘Zorg om de jeugdzorg’ plaats met ruim
vijfhonderd deelnemers. Voor het eerst discussieerden kinderrechters,
advocaten, medewerkers van Bureau Jeugdzorg en van de Raad voor de
Kinderbescherming in het openbaar met elkaar. Ook het publiek nam
actief deel aan het debat.
Dit boek bevat behalve het verslag van de lezingen en debatten tijdens
dit congres, de brandbrief zelf en de reactie van de minister van Jeugd
en Gezin. Tevens delen enkele direct betrokken jongeren en jeugdigen
hun ervaringen. Daarnaast is in dit boek een groot aantal op
persoonlijke ervaringen gebaseerde, vaak bevlogen verhalen opgenomen
uit de praktijk van rechters, advocaten, gezinsvoogden en
raadsmedewerkers. Aandacht wordt besteed aan de ontwikkelingen die
sinds de brandbrief door de verschillende betrokken partijen in gang
zijn gezet om de gesignaleerde problemen aan te pakken. Duidelijk
blijkt dat de aandacht blijvend moet worden gericht op deze groep
kwetsbare jongeren en dat daartoe de handen ineen moeten worden
geslagen.
Doelgroep
Dit boek is met name interessant voor kinderrechters, advocaten,
medewerkers van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming,
juristen en criminologen.
, Zorg om de jeugdzorg Prijs Euro 26.50
|
Bij u in huis op: zaterdag Betaal vóór: 16:00
|
Toon
rubrieken